Het onderzoek waar dit getal vandaan komt, is van Phillippa Lally en collega's. Ze volgden 96 volwassenen die zelf een gewoonte kozen, zoals een stuk fruit bij de lunch of een korte wandeling, en vroegen hoe automatisch dat voelde. De snelste deelnemer was na 18 dagen zover, voor anderen duurde het veel langer. De 254 dagen is een schatting voor wie het langzaamst ging.
Twee dingen helpen bij het plannen. Ten eerste: hoe eenvoudiger de handeling, hoe sneller hij vanzelf gaat. Een glas water bij het ontbijt is sneller een gewoonte dan vijftig sit-ups. Ten tweede: één gemiste dag haalde het proces niet noemenswaardig onderuit.
Gebruik de gewoonte rekenhulp om voor jouw startdag de data te zien, en kijk bij de mediaan niet naar een deadline maar naar een terugblikmoment.