Het onderzoek is uitgevoerd door Phillippa Lally en collega's aan University College London. Ze lieten 96 vrijwilligers een nieuwe gewoonte kiezen, zoals een stuk fruit bij de lunch of een rondje hardlopen, en vroegen hoe automatisch die handeling aanvoelde. Na twaalf weken berekenden ze per persoon wanneer het niveau niet meer steeg.
De uitkomst was een mediaan van 66 dagen. De 254 dagen is een schatting voor wie het langzaamst ging. Gewoontes die simpel waren, zoals water drinken, gingen eerder vanzelf dan lastiger handelingen zoals oefeningen doen.
Gebruik het getal dus als planning met marge. Een datum van 66 dagen na je start in de agenda is een prima moment om terug te blikken, maar geen deadline. Op de gewoonte rekenhulp zie je de data voor je eigen startdag.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven: je begint op een maandag met een wandeling na het avondeten. Na ruim twee maanden is het waarschijnlijk geen strijd meer om je schoenen aan te trekken. Merk je na zes weken al dat het vanzelf gaat, dan hoort jouw gewoonte bij de snelle kant. Kost het na drie maanden nog moeite, pas de handeling of het moment dan aan in plaats van jezelf te veroordelen.