De gedachte achter microgewoontes is dat een kleine handeling die je elke dag doet, meer oplevert dan een grote die je vaak uitstelt. Ze verlagen de drempel en voorkomen het alles-of-niets-gevoel dat bij grote voornemens hoort.
Typische voorbeelden: tien kniebuigingen na het wakker worden, één zin schrijven in je dagboek, een minuut ademhalen voor je aan het werk begint. Ze passen goed bij de tweeminutenregel en bij gewoontes koppelen.
De grens ligt bij het resultaat. Een minuut per dag levert op zichzelf weinig op. Gebruik een microgewoonte als startpunt en laat hem groeien als hij vanzelf gaat. Lukt dat niet, kijk dan of de handeling nog wel bij je doel past.
Een voorbeeld voor studie of werk: leg elke avond je boek open op je bureau en lees één alinea. Voor beweging: loop elke ochtend tot de hoek van de straat. Vaak doe je dan vanzelf meer dan het minimum, maar ook de dagen dat je het minimum doet, tellen mee in je reeks.